Cultureel erfgoed; historie of moderne bouwkunst

· monumenten

Introductie

   Het behoud van cultureel erfgoed is niet alleen belangrijk voor de gebouwde omgeving, maar ook cruciaal voor de gemeenschap en de culturele identiteit van een gebied. Daarnaast draagt het behoud van cultureel erfgoed bij aan het kunnen definiëren van het karakter van een plaats (Tweed & Sutherland, 2007).

   Dit essay legt uit waarom cultureel erfgoed wel of niet nieuw te bouwen is, op basis van verschillende theorieën. In het eerste gedeelte zal de definitie van cultureel erfgoed worden uitgelicht. Bestaande definities van cultureel erfgoed gaan vaak in op de architectonische en historische waarde van het erfgoed. Om minder vanzelfsprekende voorbeelden van cultureel erfgoed ook te kunnen begrijpen kan het erfgoed, volgens Tweed en Sutherland (2007), beter onderverdeeld worden in de categorieën van Rautenberg (1998): het aangewezen en het toegeëigend erfgoed. Daarna zal het belang van cultureel erfgoed voor steden en het belang voor de mens worden toegelicht. Het belang voor de mens op basis van de piramide van Maslow (1943). Op basis van de uitkomsten van het voorgaande zal een stelling worden ingenomen of cultureel erfgoed nieuw te bouwen is. Er wordt een poging gedaan om de resultaten te verduidelijken door middel van een case study naar bollenerfgoed. Het essay zal worden afgesloten met een korte conclusie en discussie.

De definitie van cultureel erfgoed

   De definitie van cultureel erfgoed heeft vaak betrekking tot de architectonische en historische waarde van het erfgoed. Erfgoed kan volgens Rautenberg (1998), ondersteund door het artikel van Tweed en Sutherland (2007), onderverdeeld worden in twee soorten; het aangewezen erfgoed en het toegeëigende erfgoed. Het aangewezen cultureel erfgoed kan worden beschouwd als het traditionele cultureel erfgoed, waar experts, zoals de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed of UNESCO, een gebouw als cultureel belangrijk betitelen. Het toegeëigende erfgoed ontstaat vanuit het bredere publiek, waar de culturele waarde van het erfgoed ontstaat door het gebruik van of het geven van een betekenis aan het erfgoed.

De waarde van cultureel erfgoed voor steden

   Uit onderzoek van Van Duijn en Rouwendal (2012) blijkt dat cultureel erfgoed bijdraagt aan het succes van een stad en het de locatiekeuze van Nederlandse huishoudens uit de hogere inkomensklasse kan beïnvloeden. Juist deze locatiekeuze van de hogere inkomensklasse zorgt volgens Florida (2002) voor een aanzuigende werking van bedrijvigheid en zorgt voor een verhoging van het economisch klimaat van een stad. Dit blijkt ook uit de theorie van Brueckner, Thisse en Zenou (1997), waar het belang van de voorzieningen van een stad wordt gekoppeld aan de woonkeuze van huishoudens, met name die van de hogere inkomensklasse. In deze theorie wordt een onderscheid gemaakt tussen exogene en endogene voorzieningen. Exogene voorzieningen hebben betrekking op de natuur en de historie van een stad, zoals rivieren en monumenten. Endogene voorzieningen worden beschouwd als moderne voorzieningen, die afhankelijk zijn van het economisch klimaat van een stad, zoals theaters en restaurants.

   Deze voorzieningen zijn belangrijk bij de woonkeuze van de huishoudens die vallen in de hogere inkomensklasse. Er kan worden aangenomen dat cultureel erfgoed onder de exogene voorzieningen valt, aangezien dit iets is wat in het verleden is ontstaan en bij de historie van een stad hoort (Brueckner et al., 1997). Maar tot op een zekere hoogte kan cultureel erfgoed ook als endogeen worden beschouwd: de beslissing van een stad om te investeren in het behoud van cultureel erfgoed kan namelijk bijdragen aan de aantrekkelijkheid van de stad. Waar aan de andere kant het niet investeren in het behoud van cultureel erfgoed ertoe kan leiden dat het erfgoed in verval raakt, wat de aantrekkelijkheid van een stad vermindert (Van Duijn & Rouwendal, 2012).

De waarde van cultureel erfgoed voor de mens

   Cultureel erfgoed kan ook gekoppeld worden aan de piramide van Maslow, die te zien is in figuur 1 (Maslow, 1943). De Piramide van Maslow heeft een hiërarchische ordening van behoeften, opgedeeld in vijf lagen. De onderste vier lagen worden gezien als de basis of lagere behoeften. Wanneer één van deze behoeften niet vervuld is zal de persoon passende maatregelen nemen om te zorgen dat deze behoefte wel wordt vervuld. De bovenste, vijfde laag, bestaat uit de hogere behoeften. Volgens Maslow moeten de basisbehoeften zijn bevredigd voordat de mens verder kijkt naar de hogere behoeften. De piramide van Maslow kan worden gekoppeld aan het belang van cultureel erfgoed. Gebouwen zijn essentieel om aan de basisbehoeften te voldoen, bijvoorbeeld om te schuilen tegen vijandige omstandigheden. Maar gebouwen zijn niet altijd alleen functioneel en kunnen ook bijdragen aan de bevrediging van de hogere behoeften. De meest frivole en cultuurrijke gebouwen kunnen een belangrijke betekenis hebben. Deze betekenis bevindt zich in de hogere behoeften van de piramide en kan verschillen per individu en groep van mensen (Tweed & Sutherland, 2007).

Figuur 1 Piramide van Maslow

Is cultureel erfgoed nieuw te bouwen

   In het vraagstuk of cultureel erfgoed nieuw te bouwen is, is het onderscheid tussen aangewezen erfgoed en toegeëigend erfgoed cruciaal. Het aangewezen erfgoed wordt door experts bepaald en zal vaak een monumentale status toegewezen krijgen. Hier gaat het dus vooral om wat Van Duijn en Rouwendal (2012) authentiek cultureel erfgoed noemen. Zij zeggen namelijk: “It is clearly impossible [nadruk toegevoegd] for municipalities to create authentic cultural heritage” (p. 478).

   Het toegeëigend erfgoed wordt bepaald doordat het bredere publiek een bepaalde betekenis aan cultureel erfgoed geeft, wat thuishoort in de vijfde laag van de piramide van Maslow. Deze betekenis kan verschillen per persoon of per groep personen en kan betrekking hebben tot het gebouw zelf, maar ook tot haar omgeving. Authentiek cultureel erfgoed kan ook onder toegeëigend erfgoed vallen, maar toegeëigend erfgoed kan ook betrekking hebben tot nieuwere, modernere gebouwen.

   Zo kan een modern gebouw, zoals het Groninger museum, door het publiek beschouwd worden als cultureel erfgoed (toegeëigend). Maar het heeft nog geen officiële status als cultureel erfgoed (aangewezen).

Conceptmap 1 De connectie van de verschillende theorieën in één oogopslag

Case study: bollenerfgoed

   Een voorbeeld van cultureel erfgoed in Nederland is het bollenerfgoed, wat zich bevindt in de Duin- en Bollenstreek. In zowel de dorpen als in het landschap zijn bollenschuren en andere bedrijfsgebouwen te zien, die verband hebben met de bloembollencultuur. Het bollenerfgoed toont de ontwikkelingen in de periode van 1880 tot 1960 in de teelt en handel van bloembollen. Het erfgoed vormt de weerslag van de bollencultuur in het verleden en bepaalt mede de identiteit van de Duin- en Bollenstreek (Kromhout, 2014). Het vormt tezamen met de bloeiende bollenvelden en de Keukenhof te Lisse een toeristische attractie. De hele regio met al haar specifieke kenmerken, zoals de bollenvelden en het bollenerfgoed, wordt door de bewoners van de Duin- en Bollenstreek beschouwd als cultureel erfgoed (Duineveld & Van Assche, 2011). Steeds meer bollenerfgoed, met name bollenschuren, wordt herbestemd. Vaak naar een woon- of werkfunctie. Op deze manier blijft het bollenerfgoed bestaan en vormt het een tastbaar document van de geschiedenis van de Duin- en Bollenstreek.

Kaart 1 Duin- en Bollenstreek

   Ook bij bollenerfgoed is er een verschil te vinden tussen aangewezen en toegeëigend erfgoed. De Werkgroep Behoud en Herbestemming Bollenerfgoed, onderdeel van het CultuurHistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek, richt zich onder andere op het behoud en de bescherming van bollenerfgoed. Zij houden sinds 2006 de Regionale Collectie Bollenschuren bij. Dit is een dynamische collectie met circa honderd bollenschuren, die uit bouwkundig en cultuurhistorisch oogpunt belangrijk worden gevonden voor de gehele Duin- en Bollenstreek (Werkgroep Behoud en Herbestemming Bollenerfgoed, 2010). Maar de collectie is geen monumentenlijst, want niet alle bollenschuren op de lijst worden formeel beschermd tegen sloop of aantasting.

   In de lijst valt dus een onderscheid te maken tussen het aangewezen erfgoed, wat formeel wordt beschermd, en het toegeëigend erfgoed, die de Werkgroep Behoud en Herbestemming Bollenerfgoed als belangrijk beschouwd. Dit toegeëigend erfgoed ontstaat uit een betekenis die zij geven aan specifiek bollenerfgoed, het geven van die betekenis valt te koppelen aan de hogere behoeften in de piramide van Maslow.

Afbeelding 1 Bollenschuur uit 1930 aan de Teylingerlaan 70 te Sassenheim

Conclusie en discussie

   Cultureel erfgoed heeft een waarde voor haar omgeving en voor de mensen in deze omgeving. Cultureel erfgoed kan worden onderverdeeld in het aangewezen en in het toegeëigend erfgoed. Er kan worden aangenomen dat het aangewezen erfgoed uit authentiek cultureel erfgoed bestaat en dat dit niet nieuw gebouwd kan worden. Waar er bij toegeëigend erfgoed een bepaalde betekenis aan het erfgoed wordt gegeven. Dit erfgoed kan authentiek cultureel erfgoed zijn, maar het kan ook bestaan uit moderne bouwkunst, die door het bredere publiek als belangrijk wordt beschouwd. Toegeëigend erfgoed, in de vorm van moderne bouwkunst, kan dus wel nieuw gebouwd worden, maar zal alsnog een bepaalde status moeten ontwikkelen, om als cultureel erfgoed te worden beschouwd.

   Op basis van dit essay kan er verder onderzoek worden gedaan naar wat het bredere publiek, zoals aangehaald bij de definitie van toegeëigend erfgoed, als cultureel erfgoed beschouwd. Dit is nodig om een hardere conclusie te kunnen geven of cultureel erfgoed nieuw gebouwd kan worden. Daarnaast kan er verder onderzoek worden gedaan naar wat het begrip ‘nieuw bouwen’ eigenlijk is. Want wordt het nabouwen of herbouwen van cultureel erfgoed met authentieke materialen dan wel of niet als nieuw bouwen bestempeld?

Literatuurlijst (APA)

Brueckner, J. K., Thisse, J. F., & Zenou, Y. (1999). Why is central Paris rich and downtown Detroit poor?: An amenity-based theory. European Economic Review, 43(1), 91-107.

Duijn, M. van, & Rouwendal, J. (2012). Cultural heritage and the location choice of Dutch households in a residential sorting model. Journal of Economic Geography, 13(3), 473-500.

Duineveld, M., & Assche, K. van. (2011). The power of tulips: constructing nature and heritage in a contested landscape. Journal of Environmental Policy & Planning, 13(2), 79-98.

Florida, R. (2002). The rise of the creative class. The Washington Monthly, 34(5), 15-25.

Kromhout, M. (2014). Bollenerfgoed, een beeld voor de toekomst. Nederland, Voorhout.

Maslow, A. H. (1943). A theory of human motivation. Psychological review, 50(4), 370.

Rautenberg, M. (1998). L’émergence patrimoniale de l’ethnologie: entre mémoire et politiques publiques. Patrimoine et modernité, 279-289.

Tweed, C., & Sutherland, M. (2007). Built cultural heritage and sustainable urban development. Landscape and urban planning, 83(1), 62-69.

Werkgroep Behoud en Herbestemming Bollenerfgoed. (2010). Regionaal bollenschurenbeleid in de Greenport. Gedownload op 17-05-2015, van http://www.bollenschuren.nl/publ/Regionale%20Collectie%20Bollenschuren%20Versie%202010.pdf

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

J.M. (Martijn) Kromhout. Groningen, mei 2015.

© 2015 J.M. Kromhout. Alle rechten voorbehouden.